Als testmanager heb ik als opdracht een gestructureerde acceptatietest op de opgeleverde producten te organiseren. Het resultaat is meestal een verslag waarin een advies tot acceptatie staat, onder voorwaarde dat er nog een aantal zaken aangepast worden.

Soms loopt het anders. Dan blijkt uit een test dat er een groot gat is tussen het opgeleverde product en hetgeen de organisatie verwacht. Een gat zo groot dat dit niet binnen redelijke tijd en met redelijk budget valt op te lossen. Of er worden te veel zaken ontdekt die binnen de gekozen technische architectuur niet zijn te repareren, ongeacht hoeveel tijd en geld er nog ingestopt gaat worden.

Er is dan helaas maar één goede oplossing: stoppen met het project. Een dramatisch besluit voor projecten die vaak al meer dan een jaar lopen voordat ik aan boord ben gekomen. Er gaan vaak weken tot maanden overheen om de knoop door te hakken. Managers zijn geneigd door te gaan met hetgeen waar ze al zo veel tijd en geld ingestopt hebben.

Formeel heb ik in zo’n geval de opdracht succesvol voltooid. De georganiseerde test heeft het gebrek aan kwaliteit aangetoond en de opdrachtgever is behoed voor verdere investeringen in een systeem zonder toekomst. Toch voelt het anders. Ik draag liever bij aan een succesvol project. Maar, als het moet, neem ik mijn verantwoordelijkheid om een negatief oordeel te vellen.

 “Als ik geen Nee kan zeggen, is mijn Ja ook niets waard”